NL
Choose your language
 
Follow us on
Andere eilanden

De onbewoonde Iles Maria eilanden met een rijke geschiedenis

De ‘Iles Maria’ liggen op de steenbokskeerkring, in het uiterste westen van de Australeilanden.

Deze eilandjes, ook bekend als 'Hull Island' of in het Polynesich 'Nororuto, liggen erg afgelegen. Ze liggen op 215 km ten noordwesten van Rimatara, het dichtstbijgelegen van de Australeilanden, en 713 km ten zuidwesten van Tahiti. De eilandjes zijn onbewoond.

Het atol van de Australeilanden

Deze eilandjes vormen ook een atol in tegenstelling tot de andere eilanden van de archipel, die vulkanische hoge eilanden zijn. Deze atolformatie is uniek wegens haar doorlopend buitenrif zonder doorgang. Het atol is 4 km lang en heeft een totale landoppervlakte van ongeveer 1,4 km2. Het bestaat uit vier piepkleine koraaleilandjes of motu gescheiden door een ondiepe lagune:

- Tanimanu in het noordoosten (80 ha)

- Tinimanu in het zuidoosten (35 ha)

- Haerai in het midden (17 ha)

- Tapu'ata in het zuidwesten (8,5 ha)

Verschillende keren ontdekt

Het atol is genoemd naar de walvisvaarder Maria, onder het gezag van kapitein George Washington Gardner uit Nantucket, die de eilandjes bezocht op 19 december 1824. Maar de Polynesiërs waren in ieder geval de eersten die de eilanden hebben ontdekt en er leefden (archeologen hebben ruïnes ontdekt van heilige marae en huizen op Tapuata). Maar het was luitenant Hiram Paulding, aan boord van de USS Dolphin, die op 8 mei 1827 als eerste officieel voet aan wal zette op het atol. Twee jaar later, in 1829, werd de ontdekking opgeëist door een andere ontdekkingsreiziger, Jacques-Antoine Moerenhout, die nog niets afwist van het bestaan van deze eilanden en ze de Moerenhouteilanden noemde. De Iles Maria waren de laatste Polynesische eilanden die op een landkaart verschenen.

Een andere bekende ontdekkingsreiziger, Jules Dumont d'Urville, zeilde langs het atol in 1834 met zijn schip de Oceanic.

Onbewoond, maar met sporen van menselijke activiteit

Op 2 september 1901 werd het atol Maria opgenomen in het Franse protectoraat van de Genootschapseilanden, dat werd uitgeroepen op 29 mei 1889. Het diende jarenlang als strafkolonie. Vanop Rurutu (een van de Australeilanden) stuurde men er terdoodveroordeelden naartoe. Die gevangenen werden eenvoudigweg aan hun lot overgelaten op een van de eilandjes om er te sterven van ontbering. In 1924 begon de districtsraad van Rimatara met het aanplanten van kokosbomen (vooral op Tanimanu) om kopra te produceren. De kopraproductie werd eind jaren 1980 evenwel stopgezet toen het gemengde passagiers-vrachtschip Tuhaa Pae II niet meer voorbijkwam. Daarna kon men enkel nog met een walvisvaarder op Maria geraken. Sinds 1972 wordt dit atol bestuurd door het gemeentebestuur van Rimatara.

Beschermde fauna en flora

Een eerste telling van levende soorten gebeurde in 1924 door de Amerikaanse plantkundigen Francis Fosberg en Harold St. John. Bij de laatste telling, in 2013, vond men vooral inheemse vaatplanten, die op zandstranden groeien.

Verschillende vogelsoorten kunnen er worden geobserveerd: de roodstaartkeerkringvogel, grote fregatvogel, maskergent, bruine gent, roodpootgent, zuidzeewulp, oostelijke rifreiger, goudplevier, grijze ruiter...

Er is ook vis in overvloed: men vindt er horsmakrelen van wel tien kilogram! In deze wateren wordt veel gevist door Koreaanse en Japanse vissers.

Beperkte toegang

In zijn wetenschappelijk rapport adviseert Yves Meyer om een beschermd natuurgebied te creëren met beperkte toegang en strenge controles op de menselijke activiteiten op de eilanden. De eilandjes zijn tegenwoordig heel beperkt toegankelijk na een tocht per jacht en dan per kajak om over het koraalrif te geraken.

close